
In het debat over digitale soevereiniteit duikt steeds hetzelfde argument op: kies een Europese leverancier. Europese data bij Europese partijen, buiten het bereik van onder andere Amerikaanse wetgeving en Chinese invloeden. Het klinkt logisch, maar in theorie zegt de herkomst van een leverancier niets over de mate waarin je van hem afhankelijk bent. Digitale soevereiniteit gaat niet om welke leverancier je kiest, maar om een markt waarin echte alternatieven bestaan en een eigen architectuur die zo is ingericht dat je daar ook naartoe kunt. Het gaat niet om de eenmalige keuze die je maakt, maar om de vrijheid om te blijven kiezen.
Lock-in is het echte probleem
Stel dat een organisatie volledig afhankelijk is van één leverancier voor haar kritische processen. Die leverancier verhoogt de prijzen of wordt overgenomen door een partij met andere belangen. Als overstappen naar een andere partij niet mogelijk is omdat data niet overdraagbaar is, contracten geen exitclausules bevatten of alternatieven simpelweg ontbreken, ligt de macht volledig bij die ene partij. Als organisatie kun je die afhankelijkheid voor een groot deel zelf beperken, met de manier waarop je contracten afsluit en systemen inricht. Maar het hangt deels af van de markt, iets waar je als organisatie niet altijd grip op hebt.
Europa kiest voor een open markt
Een open markt en gezonde concurrentie bepalen hoe vrij organisaties werkelijk zijn in hun leverancierskeuze. Europa en de Verenigde Staten gaan daar fundamenteel anders mee om. In de Verenigde Staten hebben grote techbedrijven jarenlang concurrenten opgekocht of uitgeschakeld om hun marktpositie te consolideren. Meta kocht Instagram en WhatsApp op voordat ze serieuze concurrenten konden worden. Google verwierf YouTube en Android op vergelijkbare wijze. Europa zorgt daarentegen bewust voor een markt waarin concurrentie überhaupt mogelijk blijft.
Een open markt met gezonde concurrentie levert meer op dan alleen meer keuzevrijheid. Concurrentie dwingt leveranciers tot innovatie en houdt prijzen in toom. Dat effect is buiten de techsector goed te zien in de Europese farmaceutische markt, waar medicijnen door concurrentie structureel goedkoper zijn dan in de Verenigde Staten. Voor digitale diensten geldt hetzelfde principe. Europese verordeningen als de Data Act en de Digital Markets Act zijn erop gericht om een open speelveld te creëren. Dit beleid gaat monopolievorming tegen en maakt overstappen tussen partijen technisch en juridisch haalbaar. Zo is er ruimte voor meer spelers, meer innovatie, betere voorwaarden – en minder reden om vast te zitten aan één partij.
Keuzevrijheid en eigen architectuur
Een open markt levert dus alternatieven op. Of organisaties daar ook daadwerkelijk naartoe kunnen, bepalen ze zelf, want uitwijken kan alleen als de eigen architectuur het toelaat. Digitale soevereiniteit vraagt daarom om een robuuste infrastructuur en back-upstrategieën, waarbij data ook bij alternatieve dienstverleners beschikbaar en opgeslagen is. Zonder die architectuur blijft keuzevrijheid een theoretisch begrip.
Wat organisaties zelf in de hand hebben
Wat kunnen organisaties dan zelf doen? Niet alles, want de inrichting van de markt ligt vooral buiten hun invloedssfeer. Toch zijn er concrete stappen om vendor lock-in te beperken.
Begin bij de data zelf. Zorg dat die wordt opgeslagen in open, standaard formats die niet gebonden zijn aan één platform of systeem. Zo blijft data leesbaar en overdraagbaar, ongeacht welke leverancier je in de toekomst gebruikt.
Kijk vervolgens naar de contracten. Neem exitclausules op die vastleggen hoe en wanneer je kunt overstappen, en leg expliciet vast dat data de eigendom is van de eigen organisatie. Veel organisaties laten dit onbesproken, waarna bij een overstap blijkt dat de leverancier de data beschouwt als onderdeel van zijn dienstverlening.
Test ten slotte regelmatig of overstappen in de praktijk ook uitvoerbaar is. Een exitstrategie die alleen op papier bestaat, biedt bij een crisissituatie weinig houvast. Simuleer een overstap, identificeer de knelpunten en los die op voordat ze urgent worden.
Kostenpost of concurrentievoordeel?
Al deze maatregelen klinken als extra werk. Maar door te investeren in open standaarden, overdraagbare data en solide exitstrategieën, leg je tegelijk het fundament voor betere dienstverlening. Meer grip op eigen data maakt zinvolle AI-toepassingen mogelijk, zorgt voor actueler inzicht en leidt op die manier tot betere beslissingen. Met open standaarden kun je klanten en ketenpartners sneller en flexibeler bedienen. Vaak ook tegen lagere kosten. Soevereiniteit neemt dus niet alleen een risico weg, maar biedt tegelijkertijd een concurrentievoordelen.
Soevereiniteit zit in de markt, niet in de eenmalige keuze
Digitale soevereiniteit is geen statische eigenschap die je verwerft door de juiste leverancier te kiezen. Het is iets wat je actief organiseert door middel van de contracten die je afsluit, de architectuur die je bouwt en de exitstrategieën die je test. Echte soevereiniteit zit niet in de keuze die je eenmalig maakt, maar in de vrijheid om die keuzes te blijven maken.
Victor den Bak, SureSync

