VPB blij met onderzoek van Inspectie Openbare Orde en Veiligheid
De Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties (VPB) is blij met
de uitkomsten van het onderzoek van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid
naar het toezicht op de beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Het
onderzoek concludeert dat er geen aanwijzingen zijn die duiden op grote
problemen en misstanden in de sector.
Uit dit onderzoek blijkt dat het toezicht op de sector verbeterd kan
worden. Dat toezicht wordtdoor politie en Koninklijke Marechaussee uitgevoerd.
Het rapport maakt onderscheid tussen preventief toezicht (vergunningverlening,
beoordeling van betrouwbaarheid van medewerkers) en repressief toezicht
(naleving en handhaving van de wet). Vooral dat laatste kan beter, vindt de
inspectie.
"Ook wij vinden dat er toezicht moet zijn op de sector', aldus voorzitter
Tjibbe Joustra van de VPB. "Wij doen al heel veel aan interne borging van de
kwaliteit, maar extern toezicht op bedrijven die zich bezighouden met gevoelige
taken als beveiliging en particuliere recherche, vinden ook wij noodzakelijk. We
hebben alle belang bij een betrouwbare sector".
Joustra wijst wel op het feit dat justitie een paar duizend vergunningen
aan particuliere beveiligingsorganisaties heeft afgegeven, terwijl maar een
paar honderd daarvan echt bedrijfsmatig opereren. "Het pensioenfonds waaraan
werkgevers in de sector wettelijk verplicht premies moet afdragen, telt slechts
320 bedrijven met één of meer werknemers. Er zijn dus ongeveer 1500
spookvergunningen verleend!" aldus Joustra.
De inspectie concludeert dat de naleving van de privacywetgeving door de
particuliere recherchebureaus onvolledig is. Zij pleit voor maatregelen op dat
vlak.
De
VPB heeft het Keurmerk Particulier Onderzoeksbureaus
verplicht gesteld aan al haar leden. Bezit van dit keurmerk geeft extra
waarborg voor naleving van de privacywetgeving. In een brief aan de Tweede Kamer
schrijven de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie dat de Vpb betrokken
zal worden bij de afstemming tussen politie, het College Bescherming
Persoonsgegevens en de uitvoeringorganisatie Justis van het Ministerie van
Justitie. "Dat is heel goed", aldus Joustra. "Onze bedrijven nemen een steeds
belangrijker plaats in de bescherming van de veiligheid van ons allemaal. Dat
vraagt van ons een verantwoordelijke opstelling. Ik ben blij dat de ministers ons
bij de uitvoering van de regels wil betrekken".
De bewindslieden vinden, in tegenstelling tot de politie, het niet nodig
dat er door middel van boetes kan worden opgetreden tegen individuele
medewerkers van beveiligings- of recherchebureaus. Volgens de ministers geeft
het bestaande systeem van bestuurlijke boetes tegen bedrijven of organisaties
voldoende waarborg.
Tot slot pleit Joustra voor gelijkschakeling van de eisen die aan
bedrijfsrecherchediensten worden gesteld met die aan particuliere recherchebureaus
worden gesteld. De eisen met betrekking tot privacybescherming voor de
particuliere recherchebureaus zijn veel zwaarder dan voor de
bedrijfsrecherchediensten. "Wij vinden dat die eisen gelijkgetrokken moeten
worden', aldus Joustra.
Het rapport van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid en de
aanbiedingsbrief aan de Tweede Kamer zijn terug te vinden op de internetsite
van het Ministerie van Justitie.