Nieuws  
 

De overheid moet veel meer doen om de balans tussen veiligheid en privacy te waarborgen. Zo moet er een 'robuuste' externe toezichthouder komen. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit het rapport van de commissie Veiligheid en persoonlijke levenssfeer, dat donderdag werd overhandigd aan de ministers van Justitie Ernst Hirsch Ballin (CDA) en van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst (PvdA).

De commissie was door het kabinet ingesteld om uit te zoeken hoe zorgvuldig met persoonsgegevens kan worden omgegaan op een manier dat de veiligheid van mensen daarmee is gediend.

De titel van het rapport luidt 'Gewoon doen'. Dat heeft betrekking op zowel het uitwisselen van persoonlijke gegevens voor de veiligheid als het beschermen van de privacy. "Als het opslaan en uitwisselen van persoonlijke gegevens nodig is voor de veiligheid van mensen, moet dat gewoon gebeuren", zei commissievoorzitter en oud-burgemeester van Utrecht Annie Brouwer-Korf. Maar tegelijkertijd moeten mensen wel weten welke gegevens zijn opgeslagen en wat er mee gebeurt. Ook moet het opslaan en uitwisselen van gegevens tot een minimum worden beperkt.

De commissie heeft daarom zes algemene criteria opgesteld die organisaties kunnen toepassen als zij een afweging moeten maken tussen veiligheid en privacy. Dit blijkt in de praktijk de nodige problemen op te leveren. "De belemmering zit op de werkvloer", zei Brouwer. "Men weet niet hoe het zit, het is ingewikkeld. Dat leidt ertoe dat er of helemaal niets wordt verzameld, of mensen willen alles weten."

De criteria hebben betrekking op het waarborgen van transparantie zodat mensen weten hoe er met zijn gegevens wordt omgegaan. Een strenge selectie van de gegevens die worden bewaard moet ertoe leiden dat het werken met persoonsgegevens 'tot het noodzakelijke minimum wordt beperkt'. Verder moeten de systemen die worden gebruikt aan 'noodzakelijke privacywaarborgen voldoen', en moet er goede voorlichting, naleving en toezicht komen.

Dit toezicht moet komen van een onafhankelijke, externe toezichthouder die kijkt hoe het verzamelen en uitwisselen van persoonsgegevens in de praktijk verloopt. De toezichthouder kan handhavend optreden met instrumenten als dwangsommen, 'naming and shaming' en bestuurlijke boetes. Brouwer adviseert om de toezichthouder niet onder te brengen bij het reeds bestaande College Bescherming Persoonsgegevens, omdat dit college zich ook bezighoudt met advisering en voorlichting. "De toezichthouder moet zijn handen vrij hebben." Ook zou de nieuwe toezichthouder meer bevoegdheden moeten krijgen dan het CBP.

Het kabinet is ingenomen met de 'meetlat van Brouwer', zoals Ter Horst het afwegingskader doopte. "Er is behoefte aan werkbare handvatten, niet aan filosofische vergezichten." Zij wees erop dat door de technologische ontwikkelingen burgemeesters, politieagenten en hulpverleners veel meer dan vroeger worstelen met de spanning tussen veiligheid en privacy. "Nu is in gewone taal opgeschreven hoe je je gezond verstand gebruikt."

Hirsch Ballin zei dat het rapport aantoont dat veiligheid en privacy elkaar niet hoeven uit te sluiten. Er is duidelijk behoefte aan een richtinggevend kader, stelde de bewindsman. Als organisaties niet goed of voorzichtig omgaan met het uitwisselen van gegevens kan dat leiden tot 'gevaarlijke passiviteit', bijvoorbeeld als het gaat om kinderen die het gevaar lopen te worden mishandeld of verwaarloosd.

Bron: Novum

Plaats op:
Datum: 22 januari 2009
Gerelateerde artikelen  
21-04-2010 Nieuws Privacy op internet moet beter worden geregeld
28-01-2009 Nieuws Europese Unie viert 'Data Protection Day'
10-07-2009 Nieuws Kabinet evalueert antiterrorismebeleid
21-12-2011 Nieuws Wetsvoorstel om camera’s te gebruiken voor opsporing
09-06-2010 Nieuws Politiek lekt persoonsgegevens burgers op eigen website
 
 

- partners -

 
 
 
 
 
© 2007 - 2012 Vakwereld. All rights reserved Pagina geladen in 0,32 seconden.